Goudsbloemen; een luidruchtig cadeau

De winter maakt geen sneeuw. Ze heeft de ruit besprenkeld met fijne regendruppeltjes. De ijle zon geeft ze een gouden gloed. Het licht van de druppeltjes schijnt op mijn hart en brengt me terug naar de zomer.

Naar dat groene tuinkamertje waar de kinderen spelen. De scheppende handjes van het honingblonde jongetje gaan door bleek zand. Het hoofd van het platinablonde meisje gaat op en neer langs de wolken. Levendige en felle kleuren. Blauw, wit, groen en geel en oranje. Scheppen, springen, scheppen, springen, scheppen, springen. Bijen trekken in slow motion hun baantjes voorbij. De zomers van de jeugd lijken oneindig lang te duren.

Goudsbloemen (calendula officinalis). Foto Marjolein, www.diggingforgreen.com

Aan volwassenen vliegt de zomer voorbij. Straks, een ogenblik later, zullen de kinderen voor altijd uit de zandbak en van de trampoline verdwenen zijn. Om de verloren tijd te verstoppen zal ik er de manshoge planten neerzetten waar ik al die tijd al van droomde. Welke precies? Een wandelingetje moet ik er dwars doorheen kunnen maken, dat is zeker. Wat ga ik links en rechts met dat blanco canvas doen?

De goudsbloemen (calendula officinalis) die zich rond de speelplekjes hebben samengedrongen draaien zich om en richten zich met 100 indringende piepstemmetjes tot mij. “Wat ga je dan met óns doen?” O ja, verdorie, de goudsbloemen…

Ik hou niet zo van goudsbloemen met hun boeren elegantie. Hun neon oranje past niet in mijn subtiel roze, paars en wit palet. Alles overstemmend dat je blij moet zijn. Ik heb geen idee hoe ze in mijn tuin beland zijn. Eerst met een paar en toen ineens met drommen. In het kleine wildernisje achter de groene buxusmuren kan ik ze wel dulden. Hun lachende gezichtjes doodmaken gaat me te ver.

Een paar jaar na hun verschijnen ontstond er variatie in hun kleur. Lever met wit, geel met wit, roomwit, felgeel, abrikoos. Ik wist niet dat goudsbloemen zo konden toveren. Hoe ze hun best ook deden en hoe ze me ook wisten te verbazen; mij overtuigen van hun schoonheid was verspilde moeite.

Mij overtuigen van hun nut lukte ook niet. Ze gingen een paar keer mee in een knuistje naar een vaasje. Daar lieten ze zich al binnen een kwartier zo slap hangen als leeggelopen ballonnetjes, terwijl goudsbloemen snijbloemen heten te zijn. En de goudsbloemolie die het meisje maakte beloofde zo verkwikkend te zijn voor de huid, befaamde calendula olie, maar ze beschimmelde.

Calendulaolie in de maak. Foto Marjolein, www.diggingforgreen.com

Twee zomers geleden viel het oog van mijn vader op de goudsbloemen. Al stonden ze daar reeds een paar jaar met verwachtingsvol omhoog geheven gezichtjes naar hem te schreeuwen. “Och, wat mooi! Hoe kom je eraan” Zo werden ze bejubeld als kostbare juwelen, “Mijn grootmoeder had ze vroeger in haar tuin en nu jij!”

En toen is het gebeurd. Plotseling hebben de goudsbloemen betekenis en waarde voor mij gekregen. Ik zie mijn overgrootmoeder vroeger bij haar mestvaalt staan. Haar zwarte rokken strelen langs de oranje kopjes. Vervolgens zie ik de rokken van mijn overgrootmoeder boven de bloemen in mijn tuin. Ze bukt zich om er één te plukken. Toen en nu. Nostalgie, ik ben daar gevoelig voor. De goudsbloemen veranderen in kleine bewakers van mijn kinderen. Betovergrootmoeder is bij ze om te zorgen dat ze zich niet zullen snijden aan het gras.

En ook al vind ik ze niet echt mooi, ze kunnen dus nóóit meer weg uit mijn tuin. Want dan haal ik de erfenis van overgrootmoeder weg, die het leven me zomaar cadeau gedaan heeft. Ik kan best een plannetje maken voor het tuinkamertje zonder hen, maar dan moeten ze een andere plek krijgen. Waar dan toch in den vrede? Zonder dat het de harmonie verstoort?

Ik hoef er niet over na te denken. Ik volg gewoon de zwarte rokken over het tuinpad. Overgrootmoeder wijst me resoluut een plekje aan met haar witte onderarm. Onder de appelboom, bij het compostvat en de houtopslag, waar ik altijd in de ochtendzon mijn koffie drink. Daar kunnen ze staan.

Op een verstopt plekje met boerencharme. Die kan het oranje geweld van hysterisch gelach wel aan. Het komende tuinseizoen zal ik het op deze plaats eens proberen met hen. En dan zal ik met overgrootmoeder op het bankje zitten onder de gouden zon. Eindelijk ga ik leren haken.

15 comments

leren haken……………ja da’s ook wat. Haak maar aan zou ik zeggen, en als er een steekje los zit? Ach ja, wie heeft dat niet?

Wonderlijk, dit veelzijdige kruid met haar vrolijke, zonnige gezichtjes die haar herinnering kan oproepen naar overgrootmoeder. Waardevol staat dit bloempje in de gedachten en gevoelens van generaties. Een mooie erfenis…..zo wonderlijk en betekenisvol. Laten we haar koesteren

Leave a Reply